BIOGRAFIE JULES DE CORTE
musicus
| dichter | kleinkunstenaar

Jules de Corte, foto: Jan Swinkels
Foto: Jan Swinkels ©

 

Jules de Corte werd op 29 maart 1924 in Deurne geboren, als zesde van twaalf kinderen,
in het gezin van Anna van Eijk en Peer de Corte, een peelwerker met socialistische idealen.

Kort na zijn eerste verjaardag werd Jules blind als gevolg van een middenoorontsteking.
Vanaf driejarige leeftijd bracht hij zijn jeugd door in de R.K.-Blindengestichten te Grave; tot
zijn 7e jaar bij de Zusters en tot zijn 21e bij de Fraters. Daar kreeg hij een strenge opvoeding
en een degelijke middelbare schoolopleiding, aangevuld met de in die tijd voor blinden
gebruikelijke opleiding tot borstelmaker en stoelenmatter. Ook kreeg hij piano- en orgelles.
Al jong was hij organist in de kerk van  Grave.                                                           

Op achttienjarige leeftijd, in het besef dat hij zijn hele leven onvrijwillig in het klooster
moest doorbrengen, besloot Jules de Corte het instituut te verlaten zodra de kans zich zou
voordoen. Op het eind van de tweede wereldoorlog, toen Canadese soldaten bij de Fraters
waren ingekwartierd en Jules hen ’s avonds bij hun zang begeleidde, besloot hij hoe dan ook
voorgoed uit Grave te vertrekken.

In augustus 1945, terwijl hij in Delft logeerde bij de ouders van een schoolvriend, ontdekte
hij dat hij met musiceren in zijn levensonderhoud kon voorzien en heeft hij zich aldaar
gevestigd. Overdag was hij kerkorganist, gaf hij pianoles en studeerde hij voor zijn muziek-
staatsexamens, ‘s avonds speelde hij piano op bruiloften, partijen of danslessen.

In 1946 deed Jules de Corte auditie bij de KRO met pianospel, maar werd aangenomen op
het zelfgeschreven liedje dat hij na afloop zong. Aansluitend debuteerde hij op 26 oktober
in het radio-ziekenprogramma  De Zonnebloem. Vanaf 1947 werkte hij mee aan het
populaire programma Negen heit de Klok en in 1953 beleefde hij zijn landelijke doorbraak
met het lied Beurzen open, dijken dicht, tijdens een inzamelingsactie voor de slachtoffers
van de watersnoodramp.

In 1955 bracht hij zijn eerste en enige 78-toeren-grammofoonplaatuit met De vogels,
in hetzelfde jaar gevolgd door zijn eerste EP-single met Ik zou weleens willen weten.
Dat lied bleek goed voor een gouden plaat en leverde hem een vast  KRO-contract op met
eigen programma’s.

Van 1953 tot 1983 was Jules de Corte ook vaak te beluisteren bij andere omroepen op radio
en tv, trad hij overal in Nederland en Vlaanderen op in theaters, scholen, verenigingen en
gevangenissen en vulde hij vele grammofoonplaten met zijn poëtische, filosofische en
maatschappijkritische liedjes. Hij introduceerde het begrip Luisterlied en paste als eerste
de techniek van het indubben toe.

Ook anderszins was hij een voorloper. Zodra in 1968 de telefoonbeantwoorder zijn intrede
deed, was Jules als eerste in Nederland gedurende 12 jaar dagelijks één minuut te horen op
de Cortefoon, een gesubsidieerde luisterlijn met geluidsimprovisaties en commentaren.

Met bijna alle destijds bekende artiesten heeft Jules de Corte opgetreden; ook werden zijn
liedjes door anderen gezongen. Behalve platen publiceerde hij een aantal boeken met
verhalen, gedichten en filosofische overpeinzingen.

In 1985 zette hij om gezondheidsredenen een punt achter zijn carrière met een piano-LP en
een feest in zijn woonplaats Helenaveen, in de Peel. In 1994, bij gelegenheid van Jules’ 70e
verjaardag, volgde nog een feestconcert in de Avro-studio, aangeboden door honderden
vrienden en collega’s.

Omdat in 1955 zijn loopbaan was begonnen met een 78-toeren-plaat, vond  Jules zijn
oeuvre aan geluidsdragers pas compleet toen hij er in 1990 toch nog een cd aan kon
toevoegen, Ingelijst.

Na jaren van afnemende gezondheid overleed Jules de Corte op 16 februari 1996.
Hij was tweemaal getrouwd en had zes kinderen.

Zijn oeuvre werd bekroond met de Visser-Neerlandia-prijs, de Louis Davids-prijs, een
Gouden Harp en een Edison. Hij was lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.